Wobbe Alkema – Constructivisme in Groningen

Te koop – Compositie door Wobbe Alkema

Wobbe Alkema verhuisde op jonge leeftijd van Drenthe naar Groningen. In Groningen volgde Alkema de meubelmakersopleiding, en later, in de zomer van 1919, volgde hij lessen bij Minerva. Zou het zijn door de functionele aard van zijn opleidingen, dat de vorm altijd de hoofdrol heeft? Alkema werkte bij bouwkundig tekenbureau Van Linge, evenals zijn latere Ploeggenoten Van der Zee en Dijkstra.

Ontwikkeling tot constructivist
Wobbe Alkema ontwikkelde zich op geheel eigen wijze: het expressionisme liet hij aan zich voorbijgaan. Voor Alkema was het van belang om een nieuwe werkelijkheid te creëren met vorm. Hij haakte in 1924 aan bij De Ploeg, zij het met een meer beschouwende blik. Er wordt vaak van Alkema gezegd dat hij abstinentie als reden had om zich op de vlakte te houden, maar zou het niet ook inherent zijn aan zijn onafhankelijke geest? Altink merkte ooit op: “Jongen, ik mag jou graag, maar je zou eigenlijk anders moeten schilderen.” Meer in de pas lopen.. Dat was voor Alkema geen optie. Hij bewandelde duidelijk zijn eigen pad, heel erg puur.

Als autodidact constructivist leerde hij bijvoorbeeld over het komen tot een compositie, hierover zegt hij later: “Langzaamaan zag ik hoe het doek, de vormen en de kleur elkaar beïnvloeden [sic], onderling ook spanningen konden oproepen of oplossen. Het begrip compositie werd mij duidelijker, ik begon mijn schilderijen op te bouwen. En had ik nr. 12 van de vijfde jaargang van De Stijl het artikel ‘Konstruktivismus’ gelezen, dan was me heel wat zoeken en aarzelen bespaard gebleven.” De Stijl was inspirerend, maar in de vormentaal bood het Alkema niet genoeg; de cirkel was als vorm misschien wel de belangrijkste voor Alkema. Hij durfde op den duur meer, iets dat zichtbaar werd in het feit dat Alkema de figuren niet meer liet ‘leunen’ tegen de lijsten, maar dat ze op zichzelf mochten staan.

Tweemaal kunstenaar
Wobbe Alkema zette halverwege de jaren 20 zijn kunstenaarschap op een duidelijke tweede spoor; vanaf 1925 was het zo druk bij Van Linge, dat hij zelfs zijn atelier opgaf. Toen de crisis toesloeg, was het juist alle hens aan dek om zich -samen met zijn vrouw- staande te houden. De ontwikkelingen in Duitsland, die hij nauwlettend volgde, stemden hem verdrietig en angstig. Er was – door de omstandigheden van toentertijd – simpelweg geen ruimte meer om te creëren. Na WOII, in 1947, pakte Alkema het penseel weer op. Zijn werk werd vloeiender, en neigde meer naar het surrealisme.  W. Jos de Gruyter kwam aan het roer te staan bij het Groninger Museum en Alkema kreeg in 1960 zijn eerste solo-tentoonstelling.

Kom kijken en ervaar hoe het werk van Wobbe Alkema tussen de werken van zijn Ploeg-genoten hangt!

 

Job Hansen – werken te koop

Job Hansen heeft een schilderstijl als geen ander. Het heeft ruimte, het ademt, het is pure vrijheid. Zijn werk heeft licht. Summier als het soms van opzet is, Job Hansen heeft de gave om je met een paar verfstreken mee te nemen naar een zomerse dag aan het Paterswoldse meer. Hansen was al vroeg -zij het wat zijdelings- betrokken bij de Groninger Ploeg. Maar volwaardig lid worden? Dat liet op zich wachten. Alhoewel hij sedert zijn schooltijd bevriend was met Johan Dijkstra, nauwe vriendschappelijke banden had met andere Ploeg-leden, en vanuit zijn hoedanigheid als bouwkundig tekenaar en architect zeer betrokken bij het artistieke proces van de Ploeg, trad hij pas in 1934 toe als kunstschilder. Hij werkte tevens als zeer verdienstelijk architect, waarbij hij zich comfortabel voelde bij de strakke, zakelijke geornamenteerdheid van De Stijl. In Groningen en daarbuiten zijn nog diverse gebouwen van zijn hand te vinden.

Job Hansen hield ervan om buiten te schilderen. Met z’n maat Jan Altink de paden op, de lanen in. Zo, met het paneel op schoot. Hij schilderde landschappen, bloemstillevens, waterpret. Hij werkte graag op triplex, dat hij eerst grondde met zinkwit. Dit zinkwit was zijn ‘zonlicht’. De Ploeg schudde de vaste vormen op – ze heetten niet voor niets ‘de ploeg’ – en zo experimenteerde men ook graag met verf en dragers. Job Hansen schilderde ook helemaal vrij: kwasten, mes, vingers, alles was geoorloofd. Ook lengde hij zijn verf aan met benzine; het zorgde voor de zo voor Job Hansen typische, ijle kleuren en er ontstond een verrassende transparantie. ‘Benzinerelles’ noemde Ploeggenoot Werkman deze werken. Hansen bekeek de wereld met wat vaseline op de lens en in volle zon. Hij ontdeed haar van lelijkheid, want daar moest hij niets van hebben. De levensvreugde is altijd prominent aanwezig in de schilderingen van Hansen. En überhaupt bij de Ploeg. Het moet een vrolijke toestand zijn geweest.

Job Hansen laat zich qua stijl niet vangen in een hokje, en heeft zich even individueel ontwikkeld als zijn mede-Ploeggenoten. Na de Tweede Wereldoorlog begint Hansen meer kleur te verwerken in zijn schilderijen. Het werk van Job Hansen is – evenals het werk van andere Ploeg-schilders – de laatste jaren enorm aan populariteit aan het winnen. En met reden. De sprekende kleuren, de ongecompliceerdheid, het plezier, de idylle; we snakken ernaar.