Robert Zandvliet

1970
Klik op een kunstwerk voor meer informatie

Robert Zandvliet (1970) is geboren in het Friese dorp Terband. Als boerenzoon had Robert Zandvliet nog nooit een museum bezocht, voordat hij ging studeren aan de academie. Maar daardoor keek hij meer onbevangen, niet belast met allerlei informatie, heeft hij later eens verklaard. Na zijn opleiding aan De Ateliers in Amsterdam nodigde Rudi Fuchs hem uit voor een solo-tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Robert Zandvliet was toen 25 jaar. Hij wees het aanbod af omdat hij vond dat hij niet ver genoeg was in zijn ontwikkeling. In 2001 kwam dat grote overzicht er wel.

Sindsdien groeide zijn naam geleidelijk en heeft Zandvliet geëxposeerd in vele buitenlandse musea (New York, Straatsburg, Luzern, Wenen en Bonn). Daarmee is Zandvliet een van de weinige jonge Nederlandse kunstenaars die ook internationaal is doorgebroken.

Al in een vroeg stadium ontwikkelde Robert Zandvliet een heel eigen techniek, door te gaan werken met ei-tempera. Hiervoor mengde hij ei-geel met olie, pigment en water. Daarmee kon hij laag over laag schilderen, zonder de transparantie te verliezen. Deze sneldrogende verf moest zonder veel correcties worden aangebracht, wat Zandvliet noopte tot een grote trefzekerheid in zijn kwaststreken.

Robert Zandvliet werkt meestal gewoon op de vloer, om te voorkomen dat de verft uitloopt. Hij werkt met brede kwaststreken die hij in patronen opbrengt die allerlei associaties oproepen. Hiermee zet hij landschappelijke elementen om in brede verfbanen. Ook werkt hij met simpele onderwerpen zoals vliegtuigraampjes, autospiegels, televisieschermen of een haarspeld.

Ofschoon je zijn abstracte schilderijen moet ondergaan, zonder precies te benoemen wat je ziet of ervaart, zijn de eerste associaties niet altijd uit de lucht gegrepen. Zo noemde Robert Zandvliet de serie werken met vloeiende kleurbanen zijn ‘snelwegserie’, waarbij je het wegenpatroon van boven ziet.

In zijn non-figuratieve werk realiseert Robert Zandvliet een haast Willem de Kooning-achtige ruimtelijkheid, waarin kleur en vorm de dienst uitmaken. Het wordt echter nooit helemaal abstract, er is altijd een link naar het figuratieve.

Robert Zandvliet zei eens in een interview: “Mensen willen altijd maar interpreteren en denken een schilderij beter te kunnen doorgronden als ze alles weten van de schilder. Maar mijn persoon, mijn geploeter of twijfels zijn niet relevant. Het schilderij verandert er niet door. Al die extra informatie vervuilt je blik alleen maar. Daarom geef ik mijn schilderijen ook nooit een titel, omdat je er dan toch anders naar gaat kijken. Elke anekdote die erover vertel, doet afbreuk aan het werk.”