Louis Apol, geboren in Den Haag, begon al op vroege leeftijd te schilderen. Louis Apol was vijftien jaar oud toen hij als leerling bij de Haagse landschapschilder Johannes Franciscus Hoppenbrouwers kwam. Na het overlijden van Hoppenbrouwers ging Louis Apol in de leer bij de veeschilder Pieter Stortenbeker en daarnaast was hij leerling aan de Haagse Academie.

In 1869 deed Louis Apol voor het eerst mee op de tentoonstelling van Levende Meesters. Twee jaar later was Louis Apol de jongste schilder ooit die een koninklijke subsidie kreeg en in de jaren daarop was hij zeer succesvol op tentoonstellingen. Al snel kon hij voor een groot schilderij tweeduizend gulden of meer vragen.

Al vroeg in zijn loopbaan legde Louis Apol zich toe op het schilderen van wintergezichten. Hij sloot daarmee aan bij de zeventiende eeuwse Nederlandse traditie met schilders als Hendrik Averamp en Art van der Neer. In de negentiende eeuw waren Andreas Schelfhout en vader en zoon Spohler bedreven in het verbeelden van de Hollandse winters met schaatsers op bevroren vaarten en rivieren.

Louis Apol benaderde het onderwerp anders. Hij koos voor het uitbeelden van de koude aspecten van het landschap in plaats van het knusse gebruik ervan. Zo werd hij de eerste kunstenaar in ons land die zich richtte op landschappelijke stemmingsbeelden met kou, weidsheid, verlatenheid en sneeuw. Hij ondernam zelfs een reis naar de Noordpool om zijn geliefde onderwerp te bestuderen. In 1880 kreeg Louis Apol de kans om met het schip de ‘Willem Barentsz’ mee op expeditie te gaan naar ‘Nova Zembla’. De honderden schetsen en studies die hij daar maakten vormden de basis voor diverse olieverfschilderijen. Jaren later maakte Louis Apol in opdracht het ‘Panorama Nova Zembla’, dat destijds door duizenden mensen werd bezocht in Amsterdam.

In zijn winterlandschappen met besneeuwde bossen en vaarten wist Louis Apol als geen ander een verstilde, vaak sprookjesachtige sfeer te scheppen. Hij maakte zijn schetsen en tekeningen veelal buiten en werkte die thuis zoveel mogelijk uit. Louis Apol dateerde lang niet al zijn schilderijen en aquarellen. In Apols werkwijze is echter wel een duidelijke ontwikkeling waar te nemen. Onder invloed van het opkomende impressionisme is hij losser gaan schilderen.

De prachtige winterimpressies van Louis Apol konden al snel in faam wedijveren met het werk van de wat oudere kunstenaars van de Haagse School. De verkoopboeken van het Parijse hoofdkantoor van kunsthandel Goupil tonen zijn brede populariteit bij verzamelaars en kunsthandels in zowel Nederland als Amerika, Duitsland en Groot Brittannië. Zowel koningin-moeder Emma als koningin Wilhelmina bezaten werk van Louis Apol. Door de grote belangstelling werd zijn werk al spoedig nagemaakt, ook tijdens zijn leven.

In 1872 werd een van zijn werken bekroond met de gouden medaille en in 1875 werd zijn ‘Januari avond in het bosch’ door de staat aangekocht voor het Rijksmuseum in Amsterdam. Toen Vincent van Gogh het schilderij daar eens zag hangen, was hij diep onder de indruk. Hij schreef erover: “Weet ge wel dat ik de dingen van Apol bijvoorbeeld, van wit op wit, dikwijls heel goed vind. Zijn zonsondergang in het Haagsche Bosch bijvoorbeeld, die in Amsterdam is. Waarachtig dat ding is weergaasch mooi”.

Werk van Louis Apol bevindt zich in vele Nederlandse musea en particuliere collecties in binnen- en buitenland.