Johannes Bosboom wordt beschouwd als de belangrijkste schilder van kerkinterieurs in de 19e eeuw.

Johannes Bosboom bleek al op jonge leeftijd over een groot tekentalent te beschikken en ging op viertienjarige leeftijd in de leer bij stadsgezichten schilder Bart van Hove. Datzelfde jaar werd Johannes Bosboom ook leerling aan de Haagse Tekenacademie.

In 1833 exposeerde Johannes Bosboom op de tentoonstelling van levende meesters met drie Haagse stadsgezichten, waaruit de invloed van zijn leermeester bleek. Na afsluiting van de Academie reisde Johannes Bosboom naar D├╝sseldorf, Keulen en Koblenz en maakte er veel tekeningen en schetsen. Bij terugkomst vestigde Johannes Bosboom zich als zelfstandig schilder aan de Dunne Bierkade in Den Haag.

In zijn leertijd bij Van Hove werkte Johannes Bosboom mee aan het schilderen van toneeldecors. Op deze wijze deed hij kennis op van de architectuur en bouwstijlen van andere landen. Vanuit zijn interesse voor architectuur van gebouwen en decoraties in het bijzonder, ontwikkelde hij belangstelling voor kerkinterieurs. De waardering die hij kreeg voor zijn kerkinterieurs waren een stimulans om zich verder in het genre te specialiseren.

Aanvankelijk schilderde Johannes Bosboom, naar zijn zeventiende eeuwse voorganger Emanuel de Witte, in een gedetailleerde en tekenachtige techniek. Hij zocht vooral naar de juiste visuele weergave van het kerkinterieur. De sfeer, de hoogte en diepte van de ruimte moesten zo optimaal mogelijk worden weergegeven. In navolging van zijn leermeester Van Hove bouwde Johannes Bosboom de kerkruimte op uit een voorgrond-middenplan en achtergrond. De stoffering van het schip en de zijbeuken moesten het opgeroepen perspectief benadrukken.

Later legde Johannes Bosboom, dan beïnvloed door Rembrandt, zich meer toe op het met breed penseel weergeven van licht- en kleurimpressies van het interieur. Het belang van de architectuur werd naar de achtergrond verdrongen in het voordeel van de atmosfeer. Daarmee gaf Johannes Bosboom zijn kerkinterieurs een heel andere richting dan de zeventiende-eeuwse schilders hadden gedaan. In de vroege olieverf schilderijen van Synagogen is de lossere penseelvoering voor het eerst zichtbaar. Later legt Johannes Bosboom zich ook in de andere kerkinterieurs steeds meer toe op deze techniek.

Met zijn impressionistische benadering stond Johannes Bosboom aan de wieg van ontwikkelingen die zouden leiden tot de Haagse School. Dat het werk van zijn zeventiende eeuwse voorgangers nooit helemaal zijn gedachten was, blijkt uit de kleding uit de gouden eeuw die de figuren op bijna al zijn voorstellingen dragen.

Als Johannes Bosboom succes had met een bepaald onderwerp, herhaalde hij het soms. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende versies bekend van de Bakenesserkerk in Haarlem, de St. Laurenskerk in Alkmaar en een orgelspelende monnik. De stoffage was echter nooit helemaal hetzelfde.

Johannes Bosboom verwierf als schilder en aquarellist van kerkinterieurs een grote internationale bekendheid. Vele musea in binnen- en buitenland hebben werk van deze schilder in het bezit.