Gerrit Benner wordt beschouwd als de belangrijkste naoorlogse Friese schilder. Hij wordt geboren in Leeuwarden en groeit als enig kind op een streng katholiek gezin. Gerrit Benner heeft al op jonge leeftijd ambitie om schilder te worden. Op aanraden van zijn moeder gaat hij naar de huisschilderafdeling op de plaatselijke ambachtsschool. In het cultureel geïsoleerde Friesland is de jonge Gerrit Benner op zichzelf aangewezen en ontwikkelt zich op eigen kracht. Hij schildert aanvankelijk in een realistische stijl met ingetogen kleuren.

In 1918 trouwt Gerrit Benner met Geesje Schaap en samen beginnen ze een winkel met luxe artikelen. Na een verhuizing naar een groter pand gaat de zaak in 1937 failliet. Gerrit Benner wordt depressief en verbrandt al zijn tot dan toe gemaakte werk.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog duikt Gerrit Benner met zijn gezin onder in Eernewoude, omdat hij niet wil tekenen voor de Kultuurkamer. Daar komt hij in contact met de schilder Wim Kersten, die later conservator van het Stedelijk museum in Amsterdam zal worden.

Na de oorlog logeert Gerrit Benner in het huis van een collega schilder op de Grote Markt in Groningen. Hij krijgt daar een map onder ogen van de Groninger drukker Hendrik Nicolaas Werkman, die in 1945 is gefusilleerd door de Duitsers. De sprookjesachtige druksels zijn een openbaring voor Benner. Hij schetst mensen tussen bomen en tekent met dunnen lijnen paarden in allerlei variaties.

Na 1945 begint de carrière van Gerrit Benner echt te bloeien. In 1946 exposeert hij in de Martelgang in Groningen. Dat zelfde jaar maken Karel Appel en Corneille een reis naar Leeuwarden om Gerrit Benner te ontmoeten. Met name Appel is onder de indruk van zijn werk.

Als Karel Appel naar Parijs verhuist, besluit Benner’s zoon Henk het atelier van Appel in Amsterdam voor zijn vader te huren. Gerrit Benner wordt, dankzij zijn contacten met Wim Kersten en Willem Sandberg van het Stedelijk museum, al snel in de Amsterdamse kunstwereld opgenomen. De invloeden van de COBRA schilders worden zichtbaar: zijn werk oogt expressiever en de verf wordt dikker aangebracht dan voorheen. Hij ontwikkelt een lyrisch expressionistische schilderstijl waarin zijn verbondenheid met het Friese landschap zichtbaar is.

Met een solo tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam in 1954 breekt Gerrit Benner definitief door. Een jaar later krijgt Benner een prijs op de Biennale van Sao Paolo voor het schilderij ‘Vogels en bloemen’. Via groepstentoonstellingen reist zijn werk naar Noord- en Zuid Amerika en naar diverse steden in Europa. In 1960 organiseert de Städtische Galerie in Bochum een grote tentoonstelling over Gerrit Benner. Een definitieve internationale doorbraak blijft echter achterwege.

Na 1970 gaat de gezondheid van Gerrit Benner achteruit. Hij trekt zich terug in het vakantiehuis in Gaasterland en overlijdt daar in 1981.

Gerrit Benner was een solist die zich niet bij een groep wilde aansluiten. Het Friese landschap met zijn vergezichten, het water, koeien, paarden en boerderijen bleven zijn leven lang een bron van inspiratie. Zijn gouaches en olieverfschilderijen zijn opgezet met vier of vijf kleuren waarin bijna altijd herkenbare vormen zichtbaar zijn. Gerrit Benner schilderde met een breed palet en wilde vooral zijn bewondering voor de schoonheid van de natuur tot uitdrukking brengen.

Werk van Gerrit Benner bevindt zich in alle belangrijke Nederlandse musea.