Eugene Brands nam in 1946 deel aan de groepstentoonstelling ‘Jonge Schilders’ in het Stedelijk museum te Amsterdam. Zijn vernieuwende werk maakte indruk op de andere exposanten en Eugene Brands werd overgehaald om zich aan te sluiten bij de Experimentele Groep. Eugene brands onderhield de contacten met het Stedelijk museum en dit leidde tot de ‘Internationale tentoonstelling van experimentele kunst’ in 1949.

Intussen was ook de COBRA beweging opgezet door schilders als Constant Nieuwenhuis, Karel Appel en Corneille en de experimentele groep ging daar in op. De grote groepstentoonstelling in het Stedelijk was feitelijk de eerste openbare presentatie van COBRA en diverse werken van Eugene Brands waren er te zien. Zijn werk uit die periode vertoonde verwantschap met het sensitieve abstracte werk van Piet Ouborg. Ook had Eugene Brands belangstelling in primitieve volkskunst, waarvan met name de muziek hem aansprak. De magische elementen van deze culturen trachtte hij in zijn werk te verwerken.

Het vernieuwende werk van de COBRA schilders werd niet begrepen en wekte grote woede op bij het publiek en pers. Na onenigheid over de tentoonstelling verliet Eugene Brands de COBRA groep en trok zich terug in zijn schildersatelier. Dit zelfgekozen isolement duurde ongeveer tien jaar.

In deze periode maakte hij werk dat geïnspireerd was op kindertekeningen. De spontane tekeningen van zijn jonge dochter Eugenie fascineerden Brands en vormden een dankbare bron van inspiratie. De spontane expressie waarmee hij de magische wereld van een kind uitbeeldt was een typische COBRA eigenschap. Ook werd hij beïnvloed door het werk van Paul Klee en Marc Chagall. De kinderlijke voorstellingen van Eugene Brands kregen geleidelijk een sprookjesachtig sfeer, waarin mensen of dingen vliegen of zweven. Mooie kleine werken, meestal olie op papier en gouache, waren het resultaat.

Onder invloed van het Amerikaans abstract expressionisme keert rond 1960 de abstractie terug in het werk van Eugene Brands. Zijn doeken werden groter en de manier van schilderen wolliger en vegeriger. Het mysterie van het universum, een centraal thema in zijn werk, was prominent aanwezig. Hij begon zinderende kleurvlakken in zachte poëtische kleuren te schilderen, een ondringbare wattige substantie.

Vanaf 1967 werkte Eugene Brands als docent vrije schilderijen aan de Koninklijke Academie voor Kunst in Den Bosch. Uit deze periode stammen de geabstraheerde landschappen met ‘koeienvlekken’ en wolkenformaties, die onder andere waren geïnspireerd op de landschappen die Brands vanuit de trein zag.

Eugene Brands heeft  tot op hoge leeftijd gewerkt in Amsterdam, Nunspeet en later in Zuid Frankrijk. Zijn werk bevindt zich in talrijke particuliere en museale collecties.