Verkocht
Schilderijen Cornelis Vreedenburgh

Cornelis Vreedenburgh een veelzijdig landschapschilder

Cornelis Vreedenburgh werd in 1880 in Woerden geboren. Zijn vader had een goed lopend schildersbedrijf en werkte daarnaast als kunstschilder. Zo kwam Cornelis Vreedenburgh al op jonge leeftijd in aanraking met het schildersvak. Het hele gezin ging in de zomers op pad om samen te tekenen en schilderen in de vrije natuur. Hierdoor kreeg Cornelis Vreedenburgh de mogelijkheid zijn talent verder te ontplooien.

Cornelis Vreedenburgh ging niet, zoals zijn broers, naar de Tekenacademie maar kreeg les van zijn vader en werkte als huisschilder. In zijn vrije tijd trok Cornelis Vreedenburgh er samen met zijn leeftijdsgenoot en plaatsgenoot Leo Gestel op uit om de landschappen rondom Woerden te schilderen. Met hun eigen visie legden ze de natuur vast.

Als hij les krijgt van de landschapschilder Gerard Roermeester, komt Cornelis Vreedenburgh in contact met de Haagse School schilders en diens opvattingen. Hun manier van schilderen is een grote inspiratiebron voor hem. Hij krijgt al snel erkenning voor zijn werk. In 1904 ontvangt Cornelis Vreedenburgh een koninklijke subsidie, een jaar later won hij de Willink van Collenprijs bij kunstenaars genootschap ‘Arti et Amicitiae’, daarna nog twee keer een koninklijke subsidie. In 1907 koopt Koningin Emma zijn ingezonden werk Landschap met koeien.

Een belangrijk persoon in de ontwikkeling van Cornelis Vreedenburgh zijn carrière is de ontmoeting met de bekende landschapschilder W.B. Tholen. Zijn manier van schilderen en de liefde voor de natuur zijn van blijvende invloed geweest op Vreedenburgh. Cornelis Vreedenburgh was veel te vinden aan de Zuid-Hollandse plassen. Hier kon hij zijn geliefde onderwerp vast leggen en kwam hij in contact met andere landschapschilders.

In 1912 trouwt Cornelis Vreedenburgh met Marie Schotel. Zij is de dochter van de bekende zeeschilder J.C. Schotel en zelf ook schilderes. Ze verblijven korte tijd in Nunspeet en verhuizen in 1913 naar Hattem. Hier leert hij de bekende schilderes Jan Voerman senior en junior kennen die net als Vreedenburgh erop uit trekken om IJssellandschappen te schilderen.

In 1917 wil Cornelis Vreedenburgh liever dichterbij Amsterdam wonen en meer in contact komen met andere kunstenaars. Ze verhuizen naar Laren, een om dat moment levendig kunstenaarsdorp. Hier komen zijn prachtige impressionistische stadsgezichten van Amsterdam tot stand, die hem veel succes brachten. De levendigheid van de stad en gebouwen weet hij met de juiste lichtinval heel treffend weer te geven. In de haven van Amsterdam legt hij graag de bedrijvigheid vast.

Om zich verder te ontwikkelen maakt Vreedenburgh enkele reizen naar het buitenland. Vooral Zuid-Frankrijk is een geliefde plek om te schilderen. In Nederland trekt hij er liefst op uit om plasgezichten te maken en zonnige stadsgezichten.

In 1937 houdt Cornelis Vreedenburgh een solo tentoonstelling. Het is een groot succes en veel van zijn werken worden verkocht, waaronder twee aan koningin Wilhelmina.

Onder meer het Dordrechts Museum en het Singer Museum in Laren hebben werk van Cornelis Vreedenburgh in hun collectie.