Johan Barthold Jongkind, schilderijen van Hollandse ijsgezichten

Johan Barthold Jongkind, schilderijen van Hollandse ijsgezichten

De Hollandse winters met ijspret en schaatsplezier zijn door de eeuwen heen voor veel kunstenaars een belangrijke inspiratiebron geweest. Dat geldt ook voor Johan Barthold Jongkind (Lattrop 1819 – La Côte Saint-André 1891).

Johan Barthold Jongkind schildert in 1864 dit sfeervolle ijsgezicht aan de oevers van Overschie. Destijds nog een klein dorpje waar vier riviertjes door heen stromen, tegenwoordig een wijk in Rotterdam. Met name door het ijzige kleurgebruik voel je de kou die Johan Barthold Jongkind ook gevoeld moet hebben.

Johan Barthold Jongkind’s carrière is al flink op stoom als hij dit winterse tafereel maakt. Johan Barthold Jongkind, die wordt beschouwd als een van de voorlopers van het impressionisme, krijgt op de Tekenakademie in Den Haag les van de vermaarde landschapsschilder Andreas Schelfhout. Die herkent Johan Barthold Jongkind’s talent onmiddellijk en stuurt hem met een beurs naar Parijs. Jongkind voelt zich al snel thuis bij de culturele elite van de Franse hoofdstad. De invloedrijke kunstcriticus Baudelaire behoort tot zijn vriendenkring en ook beroemde kunstenaars als Rousseau en Corot komen bij hem over de vloer. Jongkind staat bekend om zijn joy de vivre. Maar misschien leeft hij wel iets té uitbundig. De alcohol heeft hem in een ijzeren greep.

In 1848 exposeert Johan Barthold Jongkind voor het eerst in de prestigieuze Salon de Paris. Als hij in 1855 door de Salon wordt genegeerd, keert Johan Barthold Jongkind gedesillusioneerd terug naar Nederland. Toch blijft Frankrijk trekken. In Normandië ontmoet hij de dan nog jonge schilder Monet. Die is onder de indruk van zijn manier van schilderen, met name zijn luchten, zijn maanhemels en de gezichten op de Seine. Hij beschouwt Johan Barthold Jongkind als een groot voorbeeld.

Maar zijn persoonlijk leven blijft, door de alcoholverslaving en talloze depressies, een onstuimige worsteling. Uiteindelijk sterft Jongkind op 71-jarige leeftijd in een psychiatrisch inrichting in het Franse La Côte Sainte-André.