Anton Rooskens was als kunstenaar autodidact. In 1935 verhuisde hij naar Amsterdam, uitdrukkelijk met het doel om tentoonstellingen van moderne kunst te zien. In kunsthandel Aalderink kwam hij ca. 1940 in aanraking met kunst van primitieve volkeren. Na de oorlog kreeg hij contact met Karel Appel, Corneille en Eugène Brands. Zijn werk wordt gekenmerkt door een geabstraheerde figuratie waarin vaak exotische schilden en maskers zijn te herkennen. Anton Rooskens werd geinspireerd door de Brabantse periode van Vincent van Gogh, daarna door het expressionistische werk van Permeke en Picasso en vervolgens door het werk van COBRA schilders. Zijn grootste inspiratie vond hij echter al vroeg in voorouderbeelden en schilden uit Nieuw-Guinea, Afrika en elders.Rooskens was nogal reislustig. In 1947 maakte hij een reis naar Parijs, waar hij precolumbiaanse kunst zag. In 1954 reisde hij naar Oeganda, Kenia en Kongo. In 1973 vertoefde hij in het op zee uitkijkende Rivello, een bergdorp in de Italiaanse regio Basilicata.




















































