Wouter Verschuur is de belangrijkste paardenschilder van de Romantiek. Verschuur schilderde paarden in stallen, op pleisterplaatsen of voedermomenten en in de ruimte van stad of platteland. Als paardenspecialist werkte hij soms samen met andere schilders zoals Cornelis Springer (1817-1891), de bekende romantische schilder van stadsgezichten. Verschuur leefde in een tijd waarin overal in Europa, ook in Nederland, het nationalisme opkwam, mede als reactie op het kosmopolitisme van de Verlichting en de napoleontische overheersing. Dit nationalisme manifesteerde zich onder meer in de vorm van ophemeling van de glorietijd van het vaderland, in het geval van Nederland de Gouden Eeuw. Iemand die zo goed was in het schilderen van paarden en honden als Wouter Verschuur kwam in die context al gauw bij het voorbeeld van Philips Wouwerman terecht. Verschuur was een leerling van de excellente vroeg-romantische Pieter Gerardus van Os (1776-1839) en op zijn beurt leermeester van zijn gelijknamige zoon (die dezelfde thema’s schilderde) en van Anton Mauve (1876-1962).
In een grote stal zijn zeven paarden zichtbaar: drie schimmels, twee vossen en twee moren. Links wordt een moor geroskamd door een paardenknecht, de vos ernaast krijgt voer uit een korf. De andere vos wordt nog bereden door een ruiter die zichzelf op zijn paard te goed doet. Een meid loopt met een korf naar de twee schimmels en de moor die voor de ruif in de rechterhoek staan. Zoals gebruikelijk bij Verschuur zijn honden niet ver en vindt er interactie plaats tussen het zwart-witte hondje met de schimmel in het midden die waarschuwend zijn linkerbeen opheft. Ook scharrelen er kippen rond. En overal is hooi. Het tafereel komt heel natuurlijk over, maar is volgens een vast schema geraffineerd gecomponeerd. Als Wouter Verschuur een stal schildert, zit de stalopening midden op de achtergrond. In het centrum staat een schimmel, die met zijn witgrijze huid mooi licht reflecteert; daaromheen zijn in verschillende houdingen en vanuit verschillende hoeken andere paarden gegroepeerd en soms een ezel. Er is altijd minstens één hondje aanwezig, vaak in interactie met het centrale paard.




















































