In 1919 gaat Leo Gestel in de buurt van Woerden, zijn geboorteplaats, buiten landschappen schilderen. Zo ontstaat er bij Montfoort een serie van vijf schilderijen, waarvan dit er één is en waarvan een ander bij het Kröller-Müller Museum berust (Avondlandschap bij Montfoort).
Ook al is het landschap naar de natuur geschilderd – je ziet onder andere bomen, vee, een wolk, een landweggetje – toch maakt het niet bepaald een natuurlijke indruk en dat komt door de kleuren. Die weerspiegelen niet de werkelijkheid maar stralen eerder, mede door het lichte palet, een psychische atmosfeer van optimisme en vrolijkheid uit.
De lucht boven de lage horizon is weergegeven in roze en gele veegjes op een hemelsblauwe achtergrond, veegjes die aandacht vragen voor de fysieke eigenaardigheden van het schilderij. Een laaghangende wolkenformatie en de groene strook tussen de roze velden benadrukken de horizontaliteit van het schilderij.
De veegjestechniek ontleende Gestel aan het luminisme, dat in dezelfde periode ook door Mondriaan werd beoefend.




















































